28 september 2026
J'existe
J’existe. Het is een sticker die ik geregeld tegen regenpijpen zie kleven. Herkenbaar en grappig ook wel. Precies omdat iemand in alle anonimiteit wil meegeven dat hij of zij bestaat. Tegelijk is het een troostende boodschap: de ander is even onbestaand als jij. Heeft niet ieder mens een zekere drang om op de ene of andere manier te laten blijken dat hij is? Al is het maar aan ons eigenste kleine kringetje.
Ik las het onlangs nog in een interview met Léa Seydoux, die momenteel te zien is in de film ‘L’Inconnue’. “In mijn jonge jaren acteerde ik in films om een bewijs te leveren van mijn bestaan.” Ook ik wou me op prille leeftijd op alle mogelijke manieren laten gelden. Het hele humaniora lang solliciteerde ik naar de titel van klasclown, genoot ervan om domme opmerkingen te maken en de les te verstoren, liet mijn haar groeien en doste me uit in opzichtige plunjes waarmee een ander zelfs niet in het donker wou gezien worden. Het zou nog een tijdje duren eer het besef bij me binnen sijpelde dat er andere manieren waren om iets van betekenis te geven aan mijn leven.
Veel manieren om te bestaan
Bestaan kan je ook en veel beter door er te zijn voor een ander. Of door iets op te bouwen waar jij en je geliefden beter van worden. Of ruimer nog, de maatschappij misschien. Of door getuigenis af te leggen van hoe je tegen de wereld aankijkt. Jouw kijk op de dingen kan de blik van een ander openen, kleuren en verrijken. Zoals de blik van een ander dat met mij doet: schrijvers, muzikanten, fotografen, schilders… Ze bestaan. Hun verhaal kan je tonen dat er een weg is die je zelf niet ziet.
Mijn eigen drang om iemand te zijn, ontleen ik volgens mij grotendeels aan het feit dat ik de zoon ben van een vader die zijn hele leven alle moeite deed om zich te verstoppen, om vooral niet te laten merken dat hij bestond. Hij had zijn eigen motieven om zich klein te houden. Had hij echt durven spreken, had hij misschien gesnopen dat hij zich mocht tonen. Terwijl wellicht niemand ooit voor mij meer heeft bestaan. Ik was net volwassen toen duidelijk werd van waar zijn verlangen kwam om onzichtbaar te zijn. Hij droeg geheimen met zich mee die hij met niemand kon delen, bang dat ze zijn geliefden evenzeer zouden verpletteren. Als niemand mij ziet, moet hij gedacht hebben, zal ook nooit iemand dat kantje van mij zien dat niet gezien mag worden. Een angst die hem verhinderde om te leven. Dat leidde ertoe dat ook mijn moeder, wiens geduld en begrip eindeloos was, vaak geen leven had.
Hij is uiteindelijk veel te vroeg gegaan. Depressie en dementie wisten hem uit voor hij kon getuigen over zijn bestaan. De vele vragen van zijn geliefden, wij, zijn nabestaanden, bleven onbeantwoord. De leegtes die we achterlaten, het is een thema dat vaak terugkomt in literatuur en films: hoe onbeantwoorde vragen vaak andere levens tekenen.
Je mag gerust je stem laten horen
Ik probeerde vroeger wel vaker het gesprek met mijn vader aan te gaan. Mijn moeder deed pogingen en ook mijn zus en mijn broer wilden hem verlossen van wat hem bezwaarde. Maar geen van ons geraakte door de muur die hij om zich heen had opgetrokken. Ook een psycholoog kwam er niet door. We kunnen alleen maar hopen dat hij elders wel zijn hart kon uitstorten. Soms geeft een mens zich meer bloot tegen onbekenden. Niet alleen omdat je minder te verbergen tegen iemand die je nooit meer tegenkomt, ook omdast een vreemde vaal wel bepaalde vragen durft te stellen die een geliefde nooit over de lippen zou krijgen. En dat is precies wat Udocu doet: uren ongehinderd vragen stellen. Allerlei vragen. Om je aan de praat te krijgen.
Door vragen te beantwoorden die je anders zelden of nooit gesteld krijgt, ga je mogelijk inzien dat je best wel iets te vertellen hebt. En door te vertellen wat in je omgaat, kom je dan weer tot inzichten. En misschien tot het besef dat je gerust je stem mag laten horen. Of misschien brengt de opname van zo'n gesprek je tot rust. Want je weet dat er een opname bestaat van wat er is gezegd. Daar doe je mee wat jij wil. Misschien stop je die opname een tijdje weg en kijk je er later naar. Misschien laat je ze op een gegeven moment bekijken door de mensen van wie je houdt. Of misschien stop je de beelden weg en laat je ze ontdekken als je er niet meer bent. Kwestie van geen leegte achter te laten. Het zijn allemaal opties. Want vergeet het niet: je bestaat, tu existes.